Brugse Vrije

Het Brugse Vrije is de vroegere rechtbank van Brugge. Nu is het Stadsarchief er gehuisvest waar men het geschreven geheugen van Brugge bewaart. Wandel via de oude assisenzaal naar de Renaissancezaal. Hier, in de voormalige schepenkamer, is een monumentale zestiende-eeuwse pronkschouw de absolute blikvanger. Deze zogenaamde Keizer-Karel-schouw in hout, marmer en albast is ontworpen door Lanceloot Blondeel.

Geschiedenis

Eind veertiende eeuw maakt het Brugse Vrije deel uit van het graafschap Vlaanderen. Het maakt samen met Gent, Brugge en Ieper deel uit van de Vier Leden van Vlaanderen. Eerst vergaderen ze op de Burg, waar zowel burgerlijke, grafelijke als geestelijke besturen zetelen. In de vijftiende eeuw verhuist het Vrije naar de voormalige grafelijke Love. Het complex breidt in 1525 uit met een vierschaar, de Schepenkamer en een vertrekkamer. Later volgt nog een kapel en een wezenkamer. Het in 1938 geklasseerde gebouw, mét verbouwing in classicistische stijl, deed tot 1984 dienst als gerechtsgebouw.

Collectie

Een schilderij van Van Tilborgh toont een zitting in de Schepenkamer. De leden van de schepenbank, gekleed in zwarte ambtskleren, zitten klaar om recht te spreken. Drie beklaagden staan vooraan, geflankeerd door een gerechtsdienaar.

Museum

De Schepenkamer weerspiegelt vorstelijke macht en rechtspraak. De enorme schouw is een eerbetoon aan Karel V: levensgrote beelden en medaillons stellen zijn familieleden voor, wapenschilden verwijzen naar plaatsen in zijn keizerrijk. De schouw uit 1528, in eikenhout, marmer en albast, naar een ontwerp van Lanceloot Blondeel, is een van de belangrijkste renaissancekunstwerken in Brugge.